Wij zijn Maris !

'Ik haaat kinderen!

Interview met Erik Hogewoning, conciërge van Maris Bohemen

Ik haaat kinderen!

Meester! Meneer Hogewoning!

“Geen oud-leerling zal mij voorbijlopen zonder mij te groeten. Dat is me tenminste nog nooit gebeurd. Ik ben dan ook zeer met ze begaan. Met een aantal oud-leerlingen ben ik nog verbonden op Facebook. Soms roep ik voor de grap wel eens heel overdreven door de kantine: ‘ik haaat kinderen!’ Steevast antwoorden er een paar: ‘maar u werkt op een school!?!
‘O ja, da’s waar ook, reageer ik dan.’

Zesde zintuig

Ik heb een zwak voor kindjes waar het thuis niet lekker loopt. Elke morgen lees ik voor mijn werktijd de logboekitems van de zorgcoördinatie. Daar kom ik graag een uur eerder voor naar Bohemen. Ik heb een zesde zintuig voor ‘ander’ gedrag. Als ik twee meiden zie praten die elkaar anders nooit zien, dan vermoed ik dat het om een ‘stookverhaaltje’ gaat; ik heb gehoord dat… Soms geef ik het door aan een mentor of teamleider, soms check ik het zelf even en zeg ik: ‘dat gaan we niet doen hè?’ Ik mag elk kind en elk kind krijgt bij mij een nieuwe kans. Ik zing voor ze (André Hazes), ik lach met ze en als het helpt dan huil ik met ze.

Voor mij gaan de deuren dicht, want ik maak veel te veel lawaai volgens docenten die hun leerlingen geconcentreerd in de klas willen hebben.

Kort lijntje met de wijkagent

Mijn eerdere carrière in de horeca heeft me een schat aan mensenkennis opgeleverd. In 17 jaar op het Maris heb ik dat aangevuld met een cursus tot pedagogisch conciërge, een opleiding tot veiligheidscoördinator en deelcertificaten sociale pedagogiek en maatschappelijk werk. Ik ben trots dat ik meegewerkt heb aan het veiligheidsplan voor scholen naar aanleiding van de gewelddadige dood van een Haagse conrector. Dat raakte iedereen diep. Hoe kunnen we zoiets voorkomen? Ik werd door de stichting voortgezet onderwijs Haaglanden, waar het Maris onder valt, uitgezonden naar een conferentie hierover. Ik kon daar praktische dingen aandragen: hoe belangrijk een kort lijntje met de (school)wijkagent bijvoorbeeld is. Die komt nu elke dinsdag even langs en doet een rondje door de school. Leerlingen kunnen hem direct aanspreken of via mij een afspraak maken.

Een akelig stukje tekst als strafwerk

Ik geef grenzen aan. Op een gegeven moment zat het woord Kanker in elke zin van de kinderen hier op school. Ik heb een akelig stukje tekst van vijf kantjes over de realiteit van kanker opgediept dat als strafwerk diende voor ieder kind dat dit woord in de mond nam. Met de boodschap dat ze een volgende keer datzelfde strafwerk twee keer moesten opschrijven én voorzien van een handtekening van hun ouder(s) bij me inleveren. Ik beloofde de student bovendien dat ik de derde keer zijn of haar ouders of verzorgers op zou bellen voor een Goed Gesprek. Dat laatste is maar bij één leerling nodig geweest. De toenmalige directeur van de school had nooit gedacht dat het me zou lukken, maar het K- woord is aardig uit de woordenschat verdwenen.

Eén van mijn beste herinneringen aan het Maris is een reis naar Parijs met een groep vierdeklassers in 2008. Stond ik weer met ze te zingen op de Champs Elysées of in de metro. Toen wist ik al: deze baan blijf ik tot mijn pensionering doen!”